“Wie nemen jullie als buren?”

Gemeente: 
Locatie: 
Buurschap Elshof, buurschap Herxen

“Negen jaar geleden kwamen we hier in Herxen wonen en gingen we kennis maken met onze buren”, vertelt Hans van Zwolle. “Het oudere echtpaar links van ons vroeg: Wie nemen jullie als buren?” Hans en zijn vrouw keken vreemd op van die vraag. “Zij waren onze naaste buren, dus we begrepen het niet.”

Noaste noabers
Het oudere echtpaar bedoelde dat ze niet alleen buren, maar ook graag noaste noabers wilden worden. En een noaste noaber is meer dan een naaste buur, het is je meest nabije buur, zowel letterlijk als figuurlijk je naaste. Als de noaste noabers verhuizen blijven ze soms toch dezelfde rol vervullen, als ze tenminste in dezelfde buurschap blijven wonen.

Lacherig
Frank Schumacher in buurschap Elshof overkwam hetzelfde: “We kwamen hier wonen, gingen bij de buren langs en op een gegeven moment vroegen ze: ‘Willen jullie onze buren worden?’ ‘Hoezo’, zei ik, ‘dat zijn we toch al?’ Wij deden er een beetje lacherig over, we interpreteerden het helemaal verkeerd, maar zij meenden het serieus. Het had met vroeger te maken, zeiden ze, toen buren elkaar hielpen als er geoogst moest worden of als er een koe moest kalven. Maar ook bij geboorte, ziekte of dood in de familie. Door iemand formeel als buurman te vragen werd die hulp min of meer vastgelegd. Nog steeds betekent het dat zij op jou kunnen rekenen en jij op hen. En dat je op elkaars verjaardagen komt, dat zou er ook aan vastzitten. Maar daarvan hebben we gezegd: we vinden het heel leuk om af en toe langs te komen, maar om ook altijd op jullie verjaardagen te komen, nee, dat lukt ons niet.”

Noaberschap
Het noaberschap stamt uit de tijd dat er nog weinig sociale voorzieningen waren en buren meer op elkaar aangewezen waren. Het was een stelsel van ongeschreven regels die de onderlinge rechten èn plichten bepaalde van buren in kleine, agrarische gemeenschappen. Zelfs in de kleinste buurschappen is het voorzieningenniveau tegenwoordig zo hoog dat het niet meer nodig is om de buren in te schakelen bij allerlei vormen van voor- en met name tegenspoed. De burenhulp beperkt zich nu tot kleine diensten en wederdiensten.

Dienst en wederdienst
Nog altijd is de noaste noaber degene die uit naam van alle buren een bloemetje regelt als aardig gebaar bij lief of leed. Degene die het initiatief neemt als er een boog, ooievaar, Abraham of Sara in de tuin gezet moet worden. Degene die meteen in de auto springt om je naar de dokter te brengen als je ziek bent. Degene die een sleutel van je huis heeft en je planten en post verzorgt als je weg bent. Of degene die niet gek opkijkt als je via de achterdeur binnenkomt en om een pak koffie vraagt, omdat je plotseling bezoek hebt gekregen en de winkels dicht zijn.

Sneller dan de sociale media
Hans van Zwolle vertelt over Herxen: “Hier heb je dus aan een kant buren die jé buren zijn, al ken ik ook iemand die zegt dat iedereen in Herxen zijn buren zijn. Maar voor anderen zijn dat de buren aan één kant. Als er een kind wordt geboren of als er iemand overlijdt, dan vertel je dat altijd eerst aan die buren. En zij vertellen het verder. Zo gaat het als een lopend vuurtje door Herxen, sneller dan via de sociale media en dat wil wat zeggen tegenwoordig.”

Auteur: 
Geertje van Os