De heilige eik en het duvelsbosje

Gemeente: 
Locatie: 
Het duvelsbosje

Op de grens van de gemeente Olst-Wijhe, niet ver van Broekland, ligt een plek waar het niet pluis is. Het gaat om een bosje dat alleen via een voetpad te bereiken is. Een bordje maakt de argeloze wandelaar attent op de gevaren van deze plek en de mysterieuze gebeurtenissen die hier hebben plaatsgevonden. Het is lang geleden, maar het verhaal wordt nog steeds verteld.

Legende
Op het landgoed Wesenberg werkte een mooi, lief dienstmeisje en een sterke, maar minder lieve knecht. De knecht werd verliefd op het dienstmeisje en vroeg of ze met hem wilde trouwen. Hij vroeg het niet een keer, maar wel tien keer en telkens wees ze hem af. Op een avond kwam ze na de biecht terug uit Wijhe en sprong de knecht ineens tevoorschijn. Of ze zijn vrouw wilde worden. 'Nee', zei ze. De knecht raakte buiten zichzelf van woede en vermoordde haar. De volgende dag kreeg hij bezoek van de pastoor van Wijhe: ‘Waarom heb jij dat lieve dienstmeisje vermoord?’ De knecht reageerde weer een beetje vreemd. Hij trok een eikenhouten spaak uit een wagenwiel, stak de spaak in de grond en zei: ‘Dit dode hout gaat leven en krijgt blad, als ik schuldig zou zijn.’ Het wonder gebeurde. De spaak begon te leven en binnen de kortste keren stond de knecht onder een stevige eik, vol in het blad. Er zat niets anders voor hem op dan te bekennen. En de knecht werd opgehangen.

Bedevaart
Iedereen wilde de wonderlijke eik met eigen ogen zien. Al gauw werd er naast de heilige eik een kapelletje gebouwd en begonnen er jaarlijks heel veel pelgrims naar landgoed Wesenberg te komen. Tot groot ongenoegen van de protestante predikanten die na de Reformatie in de 16e eeuw veel macht kregen in Salland. Het uitoefenen van het rooms-katholieke geloof werd zelfs officieel verboden. De predikanten wilden dat er snel een einde zou komen aan de bijgelovige bezoeken van katholieke bedevaartgangers aan de heilige eik. In hun ogen was het afgoderij. De eerste klacht die in de archieven terug te vinden is, dateert van 1635 en de laatste van 1654. Die laatste klacht bij de Staten van Overijssel heeft er toe geleid dat de wonderboom werd omgehakt en het kapelletje afgebroken.

Duuvelsbosje
De predikanten wilden dan wel dat het ‘tot op den gront moge wtgeroeyt werden’, maar met het verdwijnen van eik en kapel bleef de grond waarop deze hadden gestaan nog even mysterieus als tevoren. Misschien nog wel meer. Van een heilige plaats waar pelgrims op af kwamen werd het een spookplek die je beter kon vermijden. Daar waar ooit de heilige eik en kapel stonden bevindt zich nu een bosje dat 'het duuvelsbosje' genoemd wordt. De geest van de knecht die het dienstmeisje vermoordde, dwaalt er nog rond. Vooral tijdens stormachtige herfstnachten is hij heel onrustig en laat hij een huiveringwekkend gehuil horen. Een flinke landarbeider uit de buurt 'die veur de duvel nog niet bang was' is een keer ’s nachts het bosje ingegaan om de geest het zwijgen op te leggen. Maar nadat hij terugkwam heeft hij zelf nooit meer kunnen praten. Het vertelsel leeft nog voort, staat er in het Overijsselsch sagenboek van 1936. En dat is nog steeds zo.

Auteur: 
Geertje van Os
Zie verder: 

Bouwhuis, A., Broekland. Van boerschap naar kerkdorp (Raalte 1988).

Caspers, Ch. en P.J. Margry (samenstelling en redactie) Bedevaartplaatsen in Nederland. Deel 1: Noord- en Midden-Nederland (Amsterdam 1997) p. 814-15.

Sinninghe, J.R.W., Overijsselsch sagenboek (Zutphen 1936) p. 154