Palmpasen Lonneker

Gemeente: 
Locatie: 
Lonneker
Wanneer: 
Palmzondag

Met Palmpasen wordt herdacht dat Jezus op een ezel Jeruzalem binnenreed en door volgelingen werd toegezwaaid met palmtakken. Het feest wordt op de zondag vóór Pasen gevierd. In Lonneker is het de Vereniging Koninginnedag Lonneker (anno 1918) die deze taak op zich neemt. De meeste dorpelingen zijn lid van de V.K.L., die dan ook bijna alle feesten in Lonneker organiseert. Daarnaast is muziekvereniging Excelsior actief, die elk feest muzikaal opluistert en nauw met de V.K.L. samenwerkt.

Optocht
Het hoogtepunt van Palmpasen is de optocht door het dorp, waarbij palmpaasstokken worden meegedragen. De stokken verwijzen naar de intocht van Jezus, maar lopen in hun symboliek ook vooruit op Pasen. Voorafgaand aan de optocht worden de stokken om 14.00 op het schoolplein van de St. Liduïnaschool beoordeeld door de jury. Vanaf 13.45 stroomt het schoolplein vol met tientallen kleine kinderen en (groot)ouders. Op het moment dat ze het schoolplein betreden, nemen de kinderen de stok even van hun begeleiders over, laten zich trots fotograferen als hun stok beoordeeld wordt, en rennen dan naar een vriendje of vriendinnetje, de paasstok bij de ouders achterlatend. Om 14.30 uur trekt de stoet van honderden kinderen en (groot)ouders achter de muziek van Excelsior aan door de straten van Lonneker. Hierbij wordt “palm palm poasn” en het Twentse volkslied gespeeld. Zowel kinderen als meelopende ouders zingen: "Palm- palm poasn, Loat de koekoek roaschen, Loat de kievit zingen, Dan krieg wie’j lekkere dingen." Rekening houdend met de kinderen, die hooguit 6-7 jaar oud zijn, is de optocht kort. Ook mogen de palmpaasstokken niet te zwaar zijn. In de praktijk worden de stokken de meeste tijd door volwassenen gedragen. Na afloop van de rondgang vindt de prijsuitreiking plaats.

Jury
De Palmpaasstokken worden gekeurd door een driehoofdige jury onder leiding van Arie de Haan. Het uiterlijk van de paasstok in de diverse Twentse gemeenten verschilt en de stok moet aan specifieke eisen voldoen om voor een authentieke Lonneker stok door te kunnen gaan. De Haan woont al ruim 80 jaar in Lonneker en staat bekend als degene die de lokale tradities het beste kent. De beoordeling geschiedt op grond van authenticiteit, maar De Haan relativeert dit ook, want traditionele elementen als buxus (inmiddels beschermd), echte eitjes (mag niet meer) en suikereitjes (niet meer te koop) kunnen geen deel meer uitmaken van de Lonneker stok. In 2012 presenteerde iemand een paasstok met snoepgoed in plaats van eitjes en kreeg toen een prijs voor originaliteit. In principe krijgt elk kind een prijsje, meestal een chocolade eitje of een sinaasappel.

Betekenis
De palmpaasstok wordt speciaal voor Palmpasen gemaakt en bestaat uit twee stokken, die een kruis vormen. Het kruis en de daarop bevestigde attributen hebben elk een vaste betekenis:
· Palmtakje (doorgaans een alternatief groen): de intocht van Jezus in Jeruzalem (Palmzondag).
· Brood: werd door Jezus gebroken en verdeeld bij het laatste avondmaal (Witte Donderdag).
· Haantje: kraaide drie keer nadat Petrus drie keer zei Jezus niet te kennen (Goede Vrijdag).
· Kruis: het sterven van Jezus (Goede Vrijdag).
· Eieren: teken van nieuw leven (Paaszondag).

Kenmerken
In Twente bestaan verschillende modellen van een palmpaasstok. Volgens Arie de Haan wordt in Lonneker en omgeving een stok gemaakt met de volgende kenmerken:
· Hout: dit moet van de bast ontdaan zijn. Tussen hout en bast zouden "boze geesten" huizen.
· Stok: 80-100 cm, met op één derde van boven vier zijtakken en bovenin een punt.
· Groen: vroeger werd Taxus Baccata om de stok gebonden, nu buxus of het groen van de bosbes.
· Kleuren: het papier om de stok bevat bij voorkeur de kleuren van Pasen, dat wil zeggen die van het altaar. Ditzelfde geldt voor de papieren vlaggetjes aan het uiteinde van de zijtakken.
· Brood: op het groen rust een broodrad, dat vroeger van gevlochten deeg was gebakken. Het zelf bakken van broodrad en "kuukelhaans" verdient aanbeveling, omdat bijvoorbeeld krenten dan als ogen van de haan kunnen worden meegebakken.
· Fruit: een paradijsappel (peties-appel), goudrenet of sinaasappel komt boven het broodrad.
· Haan: boven de appel zit “nen kuukelhaans” en op de vier zijtakken kleine haantjes; één voor elke windrichting. De grote haan draagt soms jongen op de rug, maar moet als geheel gebakken zijn.
· Lekkernijen: dit kunnen tegenwoordig pinda’s, rozijnen, vijgen, ulevellen, ijsbonbons of krakelingen (symbool van de H.Drie-eenheid) zijn, die aan touw tot slingers geregen worden.

Auteur: 
Siebe Rossel