Paashout halen Ootmarsum

Gemeente: 
Locatie: 
Het Springendal, Ootmarsum
Wanneer: 
Paaszaterdag

Aan het begin van de middag op Stille Zaterdag verzamelt zich een aanzienlijke menigte mensen op de Markt van Ootmarsum. Onder leiding van e “Poaskearls” maken ze zich op om hout te gaan halen in het Springendal. De Paaskerels zijn gekleed in overalls met een legerjasje. Ook tientallen andere mannen dragen een legerjas, veelal ten teken dat ze zelf ook Paaskerel zijn geweest. Het is een goed weerzien tussen oude bekenden. In de kroeg wordt snel een eerste pilsje naar binnen gegoten. Tegen 1 uur arriveren drie boerenwagens, elk getrokken door een span Belgische paarden. Ze worden gemend door een vaste “vrachtboer”, een erebaantje voor het leven. De drie wagens, voorzien van telmerken, staan symbool voor God de Vader, Zoon en Heilige Geest.

Marstempo
De stoet zet zich in beweging richting het Springendal. Naast zo’n 150 volwassenen, vrijwel uitsluitend mannen, gaan er ook enkele tientallen kinderen mee. Voorheen namen zij plaats op de wagen, maar dat mag om veiligheidsredenen niet meer. In marstempo gaat het door de buurschap Oud Ootmarsum bergopwaarts. Halverwege wordt er even gepauzeerd. De vrachtboeren krijgen hun eerste borrel. Bij de eindbestemming ligt het hout al klaar; dennenhout welteverstaan, zoals de traditie voorschrijft. Het is bij gebrek aan lokaal dennenhout met behulp van een loonwerker uit Ommen aangevoerd en hier tussen de bomen uitgespreid.

"Dennenmijten"
Het volladen van de wagen gebeurt volgens een vast procedé. De jongste twee Paaskerels bemannen de achterste wagen, de één na jongste twee de middelste en het één na oudste duo de voorste wagen. De oudste Paaskerels houden toezicht. Allereerst wordt er hout in de lengterichting van de ladderwagen gelegd. Met kettingen zetten de kerels de opklapbare zijkanten vast. Daarna zet men afgeschuinde dennenstammetjes rechtop aan de zijkant, drie aan elke kant. Tenslotte worden beurtelings takken tussen de stammen gelegd of naar buiten eromheen gehangen. Zo ontstaan geleidelijk drie “dennenmijten” die de wagens vrijwel geheel aan het zicht onttrekken.

"Goed holt"
Het is hard werken geblazen. Vooral voor de jongens op de wagens. De takken vol naalden hebben behoorlijk gewicht. De omstanders reiken het hout aan, maar ook allerlei goedbedoelde of gekscherende adviezen. Het is een samenzijn van mannen onder elkaar. Een stevige jongeman zwaait geducht met de bijl; een ander hanteert met veel vertoon de motorzaag. Het meegebrachte bier stroomt rijkelijk. “Het paashout halen vind ik het mooiste van alle paastradities”, zegt een oud-Paaskerel vol overtuiging. Na 2 uur noeste arbeid gaat het in optocht terug naar de stad. Onderweg wordt halt gehouden bij twee cafés. Een steeds grotere groep mensen sluit zich bij de houthalers aan. “Jongens, jullie hebt goed holt dit joar”, menen de kenners.

Blijde toon
Om 18 uur trekt de stoet de stad in. De wagens voorop, gevolgd door de Poaskerels en anderen. Intussen zingt men het “Allelujah, den blijden toon”. Die blijde toon gaat de meeste deelnemers vrij gemakkelijk af, na alle versnaperingen onderweg. Onder brede belangstelling wordt de optocht begeleid naar de Poaskamp. Als alle aanwezigen deze paasweide hebben betreden, komen de paarden met hun wagens in draf de hooggelegen Paaskamp opgerend. Onder applaus betreden zij het terrein. In een mum van tijd worden de wagens afgeladen. Alle traditionele conventies ten spijt gooit een grote kraanmachine het hout tenslotte op een hoop. De volgende avond kan de brand erin, onder het zingen de Paasliederen en - vooruit - het nuttigen van een laatste biertje.

Auteur: 
Ewout van der Horst