Punterhuwelijk Giethoorn

Gemeente: 
Locatie: 
Doopsgezinde kerk Giethoorn
Wanneer: 
1 maart- 1 november

De benaming punterhuwelijk is in zwang gekomen na de gemeentelijke herindeling van Giethoorn met enkele buurgemeenten tot Brederwiede in 1973. Vóór die tijd werd het gewoon een trouwerij per boot genoemd. De indeling van het dorp met zijn waterwegen en oorspronkelijk alleen (modderige) voetpaden maakte de bruiloftsstoet per boot nagenoeg onvermijdelijk. De locaties van het Gieterse gemeentehuis en de Doopsgezinde kerk lagen op korte afstand van elkaar, zodat men bij een kerkelijk huwelijk niet ver hoefde te varen. Na de eerste herindeling stond het gemeentehuis zich in Vollenhove; de leerkamer van genoemde kerk kreeg toen de status van officiële trouwlocatie, waardoor de hele ceremonie onder één dak kan plaatsvinden.

Seizoensgebonden
Als gemeentelijke beperking geldt dat het bruidspaar, om te kunnen trouwen in de leerkamer van de Doopsgezinde kerk, per punter dient aan te komen. Voorts is deze wijze van trouwen alleen mogelijk van 1 maart tot 1 november. Trouwlustigen van buiten Giethoorn arrangeren de vaartocht meestal vanuit een horecagelegenheid. Vroeger werden de formele termijnen in acht genomen: op twee achtereenvolgende zondagen werd het voorgenomen huwelijk in de kerk afgekondigd. Op de derde zondag of de week daarna werd het huwelijk gesloten. Dit gebruik is verloren gegaan.

Puntervloot
Vooropgesteld moet worden dat er geen geschreven regels bestaan voor het organiseren van een punterhuwelijk. Het gaat zoals het altijd ging - met regelmatig spontane aanpassingen (gedacht kan worden aan techniek, mode of tijdsbeeld). De puntervloot bestaat uit minimaal een houten punter voor het bruidspaar en de wederzijdse ouders; het komt echter ook voor dat het paar alleen in de eerste punter zit, al dan niet met bruidskinderen. Daarna volgen meerdere punters voor ouders en verdere familie, soms gevolgd door een overdekte rondvaartboot voor de overige gasten. Volgens goed gebruik worden de punters geboomd, dus met de punterboom voort bewogen. Aangezien deze vaardigheid bij de jongere generaties in onbruik raakt, is het gebruik van mechanische hulpmiddelen steeds vaker nodig. Een elektromotor is tegenwoordig een welkom alternatief voor een luidruchtige benzinemotor.

Versiering
De avond voor de trouwerij worden de bruidspunter en meestal ook de volgboten versierd met groen (coniferentakken) en bloemen. Deze laatsten zijn traditioneel afkomstig uit de tuin van het bruidshuis. Indien nodig springen de buren bij. Deze buren (oorspronkelijk zes aan weerszijden) maken ook de versiering. Vroeger werden er veel hortensia’s en afrikaantjes bij gebruikt. In het boek Praoties mit Gietersen van Femmie Woltman-Groen vertelt Jantje Kollen: "Tegenwoordig wordt ook wel de plaatselijke bloemist ingeschakeld. Er zijn dan al gauw zes boeketten voor nodig."

Rode loper
Bij de kerk, die enigszins op een verhoging ligt, is vanaf de Dorpsgracht een trap van zeven treden aangelegd. Op de trouwdag wordt deze met een rode loper bedekt. Deze trap dateert van de jaren ’50 van de vorige eeuw. Voor die tijd was er een eenvoudige "trappe", een houten steiger waar de boer zijn bussen klaarzette voor de melkvaarder. Het was vroeger ook gebruik om aan de woonhuizen van bruid en bruidegom op de twee zondagen voor de bruiloft de vlag uit te hangen. Dit gebeurde alvorens men opstond al door de buurjongens, dezelfden die de punters naar de kerk voeren. De vlag hing aan een punterboom in een vruchtboom bij het huis.

Populariteit
Het punterhuwelijk is niet aan rang of stand gebonden. Het gaat om de sfeer van de versierde boten, de rust die van het varen uitgaat en de bewondering en het enthousiasme van de toeschouwers aan de wal. Knelpunten kunnen op den duur optreden door het verminderen van het aantal beschikbare eikenhouten punters. Ook het gemis aan ervaren punterlieden zal zich in de loop der tijd doen voelen. Zoals het er nu voorstaat, is men nog lang niet uitgekeken op het punterhuwelijk. De populariteit van het ritueel lijkt gelijk op te gaan met de aantrekkingskracht van het dorp zelf.

Auteur: 
Klaas van der Veen