Gieterse mutsen breien

Gemeente: 
Locatie: 
Giethoorn

Vrouwen in Giethoorn droegen vroeger witte mutsen, die met behulp van brei- en haaktechnieken waren gemaakt. Deze mutsen hoorden bij de nette zwarte dracht van de eenvoudige Gieterse, die zich geen zilveren of gouden oorijzer kon veroorloven. De mutsen werden alleen in Giethoorn gedragen; in de omliggende dorpen en buurschappen zagen de mutsen er net weer anders uit. De muts werd voornamelijk op zondag gedragen; door de week alleen nadat het werk was gedaan en men bijvoorbeeld op visite ging. Bij een begrafenis werd een zwarte rouwdoek gedragen die over de muts werd gedrapeerd. Er kon onder de muts geen oorijzer worden gedragen; daar was een kleiner, kanten mutsje voor bestemd.

Onafscheidelijke mutsen
In het tegenwoordige Giethoorn wordt al sinds de jaren zestig geen dracht meer gedragen. De enige vrouwen die zich af en toe nog in het kostuum steken, zijn lid van dansgroep “De Gieterse Daansers” of van zangkoor “De Olde Maoters”. Verder dragen medewerksters van “Museumboerderij ’t Olde Maat Uus” de dracht nog regelmatig tijdens demonstraties en open dagen. De kniepertiesbaksters van het museum met hun onafscheidelijke witte mutsen en zwarte omslagdoeken zijn niet meer uit het dorpsbeeld weg te denken.

25 kopspelden
Met vier speciale stalen pennen van ± 15 cm. en een kleine haaknaald werden de mutsen vroeger van vissersgaren of handgaren gebreid, tegenwoordig van een dun soort katoengaren. De mutsenstrikken worden van wit katoen gemaakt. Wanneer de muts klaar is, wordt deze gewassen, twee tot drie maal gesteven en tot slot gestreken. Met ± 25 kopspelden wordt de muts in model gehouden.

Laatste mutsenbreister
Jannie Schra-Smit is één van de weinige Gietersen die nog mutsen kan maken. Zij heeft het zichzelf geleerd door een muts van haar oma net zo lang na te maken tot ze het exacte patroon had gevonden. Tegenwoordig doet ze er een dag of drie over om een kant en klare muts te vervaardigen, in totaal heeft ze ongeveer 24 uur nodig.

In de aanloop naar de viering van het 750-jarig bestaan van Giethoorn in 1980 heeft ze liefst 60 mutsen gebreid. Toen maakte ze er één per dag. Jannie heeft in de loop der jaren 29 verschillende patronen van mutsen uit Giethoorn verzameld. In een dikke ordner zijn ze stuk voor stuk beschreven, de patronen getekend en essentiële proeflapjes bijgevoegd.

Met uitsterven bedreigd
Het kunst van het mutsenbreien zal volgens Jannie Schra, als zij ermee is opgehouden, niet meer worden beoefend. De jongere generaties hebben geen animo meer voor het dragen van de Gieterse dracht. Daar komt bij dat de jeugd het breien niet meer leert zoals vroeger. Bij de eerder genoemde dansgroep en het koor, in familiebezit en bij het museum zijn genoeg exemplaren aanwezig om voorlopig bij optredens en evenementen uit te putten, maar de traditie van het breien zelf dreigt verloren te gaan.

Auteur: 
Klaas van der Veen